| DATUM | 10 september 2024 14:00u-16:00u |
| WAT? | Zitting Provinciale Commissie Ruimtelijke Ordening Provincie Oost-Vlaanderen |
Met dit bezoek stelde ik me vooraf twee leerdoelen:
- Hoe behandelt een commissie de bezwaren die worden ingediend tijdens de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan?
- Kan een landmeter als deskundige zetelen in de commissie? Is dit een meerwaarde voor de advisering van de commissie en voor de landmeter zelf?
WAAROVER?
De zitting van de PROCORO van 10 september 2024 had slechts 1 agendapunt, namelijk de behandeling van de bezwaren die werden ingediend bij de PROCORO tijdens het openbaar onderzoek van het RUP Ruien-Centraal in Kluisbergen. De commissie behandelde 15 bezwaren en 4 adviezen en bracht een advies uit aan de provincieraad. Het advies is terug te vinden via https://dms.oost-vlaanderen.be/download/c3c2c0e3-f939-43ca-a468-a71ebaacfa91/Advies%20PROCORO%20september%202024.pdf
REFLECTIE
Wat opvalt bij de behandeling van de adviezen en bezwaren is dat de motivering waarom ze al dan niet voorstelt om het RUP te wijzigen, vrij uitvoerig is. Deze motivering wordt volledig opgenomen in het verslag van de vergadering en is zo’n 140 pagina’s lang. In de praktijk betekent dit dat de administratie en de MER-deskundigen een ontwerpadvies vooraf bezorgen aan de leden van de commissie. De ontwerper zelf is ook aanwezig op de vergadering om zijn ontwerpadvies toe te lichten. De commissieleden konden ook vooraf al schriftelijke commentaar doorgeven. Tijdens de vergadering werd op slechts enkele punten effectief gediscussieerd over de manier waarop met een bezwaar diende te worden omgegaan. Het definitief advies aan de provincieraad wijzigde dus op slechts enkele punten dan wat de provinciale administratie had voorgesteld in hun ontwerpadvies. Belangrijk is dat commissieleden geen persoonlijk belang mogen hebben bij het RUP, bijvoorbeeld door bij het dossier betrokken te zijn als MER-deskundige of door verwant te zijn met een bezwaarindiener. Geen enkel commissielid gaf aan een persoonlijk belang te hebben en kon dus onafhankelijk optreden. Voor een landmeter zou dit onder ook betekenen dat hij geen klanten mag hebben die een rechtstreeks belang hebben bij het RUP.
Een landmeter kan zetelen in een provinciale commissie ruimtelijke ordening op 2 manieren:
- Ofwel voorgedragen door een organisatie die deel uitmaakt van de adviesraden SARO, MINA of SERV. Voorbeelden zijn landbouw- en natuurverenigingen of een werkgeversorganisatie als UNIZO of VOKA.
- Ofwel voorgedragen door de deputatie als deskundige ruimtelijke ordening. In deze laatste wordt men voorgedragen als onafhankelijk expert die niet gebonden is aan een bepaalde organisatie.
Sommige commissies publiceren een publieke oproep om zich kandidaat te stellen om te zetelen. Een commissie wordt elke legislatuur opnieuw samengesteld en in het geval van Oost-Vlaanderen vergadert deze eenmaal per maand. Dossiers waar landmeetkundige- of vastgoedexpertise meer van pas komt situeren zich echter meer op gemeentelijk niveau. Zo worden er vaak grotere verkavelinsgsvergunningen met wegenis door de gecoro besproken of de advisering voor een vrijgavebesluit van een woonreservegebied. Een groter dossier degelijk adviseren vraagt wel voorbereidingswerk om de dossierstukken te lezen. Zonder voorbereiding zal een commissielid zelden iets kunnen toevoegen aan de ontwerpadviezen van de administraties of studiebureaus. Wanneer men zetelt in een commissie ruimtelijke ordening blijft men wel betrokken bij het ruimtelijk beleid van een gemeente of provincie, op voorwaarde dat de commissie bij het beleid wordt betrokken en meer mag betekenen dan haar minimumtaken zoals voorgeschreven door de VCRO.
